INFORMATIE

De stamvaders van het Belgisch trekpaard

De foklijnen van het ras

Welke waren de verschillende types die bij het ontstaan in ons land gefokt werden en hoe werd van deze mengelmoes één enkel type gerealiseerd?
Op het moment van de oprichting van de nationale maatschappij van het Belgisch trekpaard werden drie verschillende types gefokt ten noorden van Samber en Maas. De paarden waren van diverse oorsprong ten gevolge van sporadische kruisingen tussen inheemse paarden en het Vlaams paard, Boulonnais, Percheron, Shire enz. Deze drie basislijnen waren de volgende:

De Dikken uit de Dendervallei

In het noorden van het land, met de rivier de Dender als zuidelijke grens, werden grote en zware paarden gefokt die afstamden van de Shires, ingevoerd uit Engeland in 1775. Deze Shires waren bijna allemaal bruin, fors gebouwd, maar nogal lomp en lymfatisch. Vanaf 1860 deden de hengsten van de Dendervallei de dekdienst in de andere streken van het land. Sommigen werden zelfs gebruikt in het noorden van Frankrijk. Anderzijds werd door de grote inteelt in de Vlaamse fokkerij een beroep gedaan op hengsten uit de zuidelijke regionen.

De beste fokhengst uit de Dendervallei was François, de Oude Dikke van Wijnhuyze. Deze was, zowel langs vaders- als moederszijde, de overgrootvader van de grote Orange I, ex Gugusse, geboren in 1864. Hij werd de vader van Brillant en Jupiter, grootvader van Rêve d'Or, Mont d'Or en van Brin d'Or van wie alle huidige trekpaarden afstammen. De lijn van de Dikken uit de Dendervallei beïnvloedde de ganse hedendaagse fokkerij.

De grijzen van Nijvel en Henegouwen

Ten zuiden van de taalgrens werd een paard gefokt dat minder zwaar was, maar gespierder en levendiger met meer temperament. Het voornaamste kenmerk was zijn grijs haarkleed: in feite waren het bruinschimmels, vosschimmels of blauwschimmels. De basis van deze foklijn gaat terug naar de blauwschimmel hengst Baptiste de la Croyette, geboren in 1833 nabij Nijvel en overgrootvader van de fameuze vosschimmel Bayard (foto), de bekendste fokker van deze grijzen. Deze stamhengst, geboren in 1864 als zoon van Mouton de Gouy, bracht een schitterende stam voort, waaronder zijn zoon Gerfaut, vader van Major en grootvader van Gerfaut II. De grijze van Nijvel en Henegouwen was de ideale aanvulling voor het Denderpaard.

De Kolossen uit de Méhaignestreek

Het Naamse en in bijzonder de regio Perwez-Eghezée, bezat vele grote en welvarende agrarische bedrijven, bestuurd door rijke grondeigenaars met knechten. Elke hoeve verzekerde zijn eigen fokkerij door het bezit van minstens één hengst, de trots van zijn baas. Elke stal fokte een eigen type paard, over het algemeen sterke dieren met vlotte gangen. Meestal hadden ze donkere haarkleuren, bruin, brandvos en zwart en bij voorkeur zonder aftekeningen. De beste hengsten van deze bloedlijn waren de stamvader Jean I, geboren in 1873. Zijn zonen Jean Bis en Duc du Chenoy en kleinzoon Prince du Chenoy teelden paarden van hoge kwaliteit.

Naar een uniform type

Deze drie basisbloedlijnen verenigden alle essentiële kenmerken om een ideaal trekpaard te fokken. Het was de samensmelting van deze verschillende types die dit meesterwerk, ons Belgisch trekpaard, creëerde. De geniale kruising van deze verschillende bloedlijnen was het levenswerk van enkele grote paardenmannen, zoals Remy Vanderschueren in Vollezele, Jules Hazard in Leers-et-Fosteau, hun beider raadsman Jules Matthijs en de industrieel Van Landuyt uit Geraardsbergen. Maar het was evenzeer de verdienste van de vele anonieme fokkers die in de loop der jaren het trekpaard hebben gesmeed naar een aantrekkelijk en fuctioneel landbouwdier.

Orange I , de pijler van onze fokkerij

De legende van deze bruine hengst en zijn eigenaar Auguste Oreins, gingen hand in hand. Auguste kocht in 1866 een zware lichtbruine goedgekeurde 30-maander uit de Dendervallei bij Van der Putten te Onkerzele. Met deze hengst, bijgenaamd Gugusse, schrander en aanhankelijk aan zijn meester, ging hij bereden van hoeve naar hoeve voor de dekdienst aan 10 F in goudwaarde. Maar de boeren kenden zijn voorliefde voor drank en hielden hem en zijn hengst verschillende dagen bij hen om zeker drachtige merries te hebben. Gugusse kende een enorm succes. Na heel wat omzwervingen kwam de veertienjarige hengst terecht bij Jules Hazard die hem liet inschrijven als Orange I (foto). Daar stichtte deze hengst de mooiste stal van het land. Hij stierf op eenentwintigjarige leeftijd in 1885. Al onze trekpaarden stammen van deze Orange af. Zijn twee bekendste zonen waren Brillant en Jupiter.
En Auguste Oreins? Ontroostbaar door het vertrek van zijn oude kameraad, gaf hij zich volledig over aan de drank en stierf als een wrak amper 55 jaar oud.

Brillant

Brillant (foto), een zoon van Orange I in 1868 geboren in Thieusies bij Soignies, werd het bekendste trekpaard van Europa, nadat hij op negenjarige leeftijd aangekocht werd door Remy Vanderschueren te Vollezele. Hij was een echt showpaard en won alles. Tijdens de wereldtentoonstelling van 1878 in Parijs werd hij internationaal kampioen vóór de beste vertegenwoordigers van de Engelse, Franse en Italiaanse rassen. In Londen, Rijssel, Hannover en Amsterdam werd hij eveneens gekroond. Maar spijtig genoeg kon Brillant zijn uitzonderlijke kwaliteiten niet voldoende doorgeven aan zijn nakomelingen door het aanbod van slechts middelmatige merries.

Jupiter

Jupiter (foto) echter, een andere zoon van Orange I, werd een formidabele fokhengst. Hij werd in 1880 geboren bij Staquet in Lillois bij Nijvel, die hem mee verhuisde naar Boussois in Frankrijk. Tijdens zijn negen jaar Franse dekdienst kende hij veel succes. In 1889 brachten Boucquéau en Degrez, fokkers uit Thisnes-lez-Nivelles, Jupiter terug naar zijn geboortestreek en behaalden er nog hetzelfde jaar de nationale titel mee. Deze mooie goudvos stierf vroegtijdig aan kolieken bij Warocqué te Mariemont in 1893. Hij liet wel een opmerkelijk nageslacht vossen achter.

Brin d'Or, de patriarch

In 1893 werd een zwaar bruin veulen geboren, dat Brin d'Or (foto) werd gedoopt. De moeder was een dochter van de bruine Tardif en de zware Marguerite, zelf dochter van Brillant en kleindochter van Bayard. Zij verenigde dus de oorspronkelijke bloedlijnen van ons Belgisch trekpaard. Officieel was Brind d'Or zoon van Jupiter, maar Arnold van Broekhuyzen en andere tijdgenoten beweerden dat zijn echte vader een bruine hengst met een beschadigde knie was, vandaar diens bijnaam Brèche-Knietje. Hij dekte op de hoeve Malhian te Gouy-lez-Piéton en was zoon van Gerfaut II uit de Bayardlijn. In elk geval, deze Brin d'Or stamde af van één van de edelste bloedlijnen. Het veulen was echt magnifiek en kon ieders bewondering wegdragen. Op vier maand werd het voor 1000 F verkocht aan de industrieel Jules Van Landuyt, Geraardsbergen. Het paard maakte bij diens associé Telesphore D'Hauwer in Vollezele een bliksemcarrière en won alle mogelijke prijzen. Hij werd van 1899 tot 1903 verhuurd aan Jules Hazard om er de opvolging van Orange I te verzekeren. Hij verwekte er een pleiade elite-merries en zijn evenwaardige opvolger Indigène du Fosteau. Deze uitstekende stamhengst stierf op zijn tiende onverwacht aan een geklemde liesbreuk net vóór zijn terugkeer naar Vollezele.


De grote kleppers uit de gouden jaren

Albion d'Hor

Deze zoon van Conquérant de Terhaegen en Fannie de Bass werd een uitzonderlijk vererver en drong het bruinschimmel op. Voor deze vernieuwer van de fokkerij was 1923 het succesjaar: wereldkampioen in Milaan, Belgisch kampioen en winnaar van de grote stamhengstenprijskamp. Helaas, datzelfde jaar in volle glorie, werd hij het slachtoffer van een liesbreuk. Ondanks zijn vroegtijdig afgebroken carrière werd deze prachtige hengst toch de vader van talrijke kampioenen.

Avenir d'Herse

Als zoon van Albion d'Hor en de vosse Carmen d'Herse werd deze majestueuze hengst nooit verslagen. Hij werd kampioen in 1925 en genoot een geweldige bijval als kweker van het zware type. Hij werd vijf jaar naeen winnaar bij de raceurs met bekende zonen Espoir de Quaregnon en Avenir de Salmonsart. Avenirs lichtbruine halfbroer en stalgenoot Successeur d'Herse werd Belgisch kampioen in 1927 en internationaal kampioen van alle rassen in Italië. Hij vertegenwoordigde het archetype van het glansrijke pistepaard met veel rasadel, harmonisch gebouwd, zwaar gebeend, een expressief hoofd en schitterende gangen.

Successeur d'Herse

Nog een goede zoon van Albion d'Hor, lichtbruin en kampioen in 1927 en internationaal kampioen van alle rassen in Italië. Hij vertegenwoordigde het archetype van het glansrijke pistepaard met veel rasadel, harmonisch gebouwd, zwaar gebeend, een expressief hoofd en schitterende gangen.

Espoir de Quaregnon

De briljante zoon van Avenir d'Herse werd kampioen in 1929 en schitterde zes maal als beste raceur. Hij was een magnifiek paard, uitstekend van type, kort, diep, met harde benen, een intelligent hoofd en de mooiste draf die men kan dromen. Een buitengewone fokhengst ook, vooral van uitstekende merries, die de stammoeders werden van de beste fokkerijen.

Costaud de Marche & Quo Vadis des Volées

De kleinzoon van Justicier du Haut-Bois werd kampioen in 1948. Costaud was een energiek, fascinerend en fors paard; typisch mannelijk met een mooi expressief hoofd. Bovendien was hij een raceur buiten categorie, maar werd te vlug uitgevoerd naar Duitsland, later naar Venray waar hij een enorme invloed op de Nederlandse fokkerij had. Zijn beste zoon was Quo Vadis des Volèes die nooit kampioen werd maar als uitstekend raceur in de voetsporen van zijn bekende vader liep.

Vadrouille d'Enée

Zoon van Réussie d'Enée, halfbroer van de raceur Zéphir d'Enée en de mooiste hengst die ik ooit kon aanschouwen. Hij was edel, elegant in zijn kracht, zeer intelligent ook. Hij werd in 1950, op achtjarige leeftijd pas, de laatste vosse kampioen. De paardenkenner de Wijngaert noemde hem de keizer van de dynastie van de dikken, één van de beste na-oorlogse hengsten, goede stamvader, excellente kruising van de beste bloedlijnen verenigd in een massief paard. Hij fokte 14 goedgekeurde zonen en 26 gekeurde kleinzonen. Hij gaf ook een waaier van elite-merries en vererfde vaak zijn vosse haarkleed, maar ook vele blauwschimmels.

Matador de Buvrinnes

Deze kampioen van 1954, door Epernay de Brucom, was een ontzaglijk zware en uitstekende stamhengst met maar liefst 28 goedgekeurde zonen,waaronder Gamin de l'Eaugrenée en Toto de Teignies. Matador werd ook drie keer winnaar bij de raceurs in 1954, 55 en 56. Jammer genoeg werd hij vroegtijdig naar Duitsland geëxporteerd.

Fifils du Château

Als zoon van Destin de la Mousserie was deze kampioen van 1955 een uitstekende draver die vaak applaus uitlokte wanneer hij in gesterkte draf door de piste zweefde. Ook hij werd uitgevoerd, nadat hij hier vijf kampioenen had voortgebracht.

Tekst: Pierre Wolfs en Lutgarde De Greeff  -  Foto's: Antoine Hallet

Tevreden over Trekpaard.net ?

Om de website verder te ontwikkelen en de inhoud te onderhouden, is uw steun zeer welkom.

Uw donatie